“Dit kan écht niet!” Wanneer we grenzen gaan beschermen met vechten, vluchten of bevriezen

Een vader schiet uit z’n slof naar zijn dochter. Ze vertoont gedrag waardoor hij ineens in de ban is van de overtuiging: “Dit kan écht niet!” Het is alsof hij al die tijd voor het stoplicht met rood licht heeft gestaan en plots krijgt hij groen licht om los te barsten en zijn dochter even de les te lezen over zijn regels. “Zo laat ik mij niet behandelen!”, denkt hij bij zichzelf. Hij voelt zich gerechtvaardigd in zijn gedrag. “Er zijn nou eenmaal grenzen.” En: “Als ik iets zeg moet het gerespecteerd worden.”

Ik observeerde het van een afstandje. De dochter voelt zich vervolgens gekwetst doordat haar vader op zijn strepen gaat staan. “Is dit nou echt nodig?”, vraagt ze zichzelf af? Met een mengeling van verdriet en boosheid kust ze hem naderhand gedag. “Ik heb iets fout gedaan in de ogen van mijn vader”, is haar conclusie. Ze voelt verzet tegen deze gedachte, want ze kent haar eigen intenties en ze bedoelde het niet zo kwaad als dat hij nu reageerde.”

Ooit was ik die dochter en had ik dat soort interacties met mijn vader. De boze vader die zijn dochter in het gareel houdt. De angst die groeide voor mannen die mij op die manier toespraken. De tegenreactie die daarop volgde als dit gedrag me echt te ver ging: “Dit kan écht niet!” Ik werd alleen niet boos, want ik ging me niet verlagen tot datzelfde gedrag. Nee, ik ging mij tegen de pijn die ik daarbij voelde beschermen door me af te sluiten, hem te veroordelen, op hem neer te kijken en me terug te trekken. Ik verzamelde bewijzen van ‘onacceptabel gedrag’, totdat de maat vol was en ik vond “dat het zo niet langer kon”. Dat was het moment dat ik mezelf groen licht gaf om bij de ander vandaan te bewegen. “Ik had genoeg ‘ondergaan’, ‘geslikt’ en ‘geaccepteerd’. Nu ging ik mijzelf wat beters gunnen dan dit. Er waren vast andere mannen die al verder waren in hun ontwikkeling.” En dan was ik weer alleen met mijn eigen afgesloten bevrorenheid en de pijn en het verdriet dat daaronder verborgen zat, en waar niemand bij mocht komen noch weet van mocht hebben. “Want dat kleine, kwetsbare meisje, dat was ik al lang niet meer en dat wilde ik ook zeker niet meer zijn. Zo gezien te worden door anderen, dat maakte me bang. Want als je niet als krachtig wordt gezien, dan gaan mensen niet respectabel met je om.”

Het patroon van iemand die iets tegen mij zegt wat ik echt niet vindt kunnen en de gepijnigde reactie die daarop volgt herken ik nu goed. Mijn hart dat zich sluit, de verbinding die ineens weg is tussen mij en Mij en daardoor ook tussen mij en de ander…

De afgelopen tijd kon ik het heel helder waarnemen wanneer dit gebeurde. En ik kon openlijk communiceren met de ander over wat er op dat moment in mijzelf plaats vond. Ik nam zelf verantwoordelijkheid voor mijn eigen ervaring. En ik besloot zelf om mijzelf weer te openen, zonder de ander te vragen om voortaan ander gedrag te vertonen zodat ik mij niet zo zou hoeven voelen. Ik wilde niet langer dat anderen rekening moesten houden met wat ze tegen mij zeiden. Ik wilde dat ze zich gewoon vrij konden voelen om zichzelf te zijn. Net als dat ik mij gewoon vrij wil voelen om mijzelf te zijn, zonder angst voor een standje van een ander.

Nu kan ik zien hoe alles wat iemand triggert van hem- of haarzelf is. Vroeger was mijn vader als een autoriteit. Zijn gedrag was niet bespreekbaar. “Zo was het nou eenmaal.” Dus ik moest alles bij mezelf zoeken. En mijn hele leven heb ik dat ook gedaan. Ik nam alles persoonlijk en trok het volledig naar me toe. Ik had nog geen begrip en compassie ontwikkeld voor anderen en hun innerlijke worstelingen. Want hoe kon ik dat doen, als ze mij niet de kwetsbare kant van zichzelf lieten zien? Dat liet mij enkel de keus om aan mezelf te gaan twijfelen. En dat heb ik dus heel vaak en heel lang gedaan.

Nu zag ik deze vader in zijn interactie met zijn dochter. Ik doorzag het hele patroon. Maar aangezien dit gedrag bij mij niet langer een pijn activeerde, voelde ik geen behoefte om hem op zijn ‘fout’ te wijzen. In plaats daarvan scheen ik er gewoon met lichtheid en humor licht op. Samen konden we erom lachen en de lading ervan laten gaan. Vanuit deze bedding van onvoorwaardelijke liefde kwam er bereidheid om eigen verantwoordelijkheid te nemen. En zo ontstaat er nu een kettingreactie van ontladen en hele andere keuzes (kunnen) maken, in plaats van de ‘chain of pain’, die zich altijd voort zette. Karmische patronen worden op deze manier doorbroken. Patronen die vele generaties al aan elkaar door hebben gegeven. Bij mij stopt het. Ik wil niet langer degene zijn die óók terug reageert vanuit pijn. Iemand moet het doorbreken.

Dus die overtuiging: “Dit kan écht niet!”, die hoeft er niet uit. Die hoeft niet weg. Die mag er gewoon zijn. Zowel bij mij als bij de ander. Het enige verschil is nu, dat ik erop kan reageren met mijn nieuwe kernovertuiging: “Het maakt niet uit.”

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on pinterest
Share on whatsapp
Share on email

Foto credits: klimkin

Ontvang het laatste nieuws in je mailbox
Nieuwsbrief

Als je het online Sparkle Magazine wilt ontvangen, vul dan dit formulier in.

Reacties

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *